Op kantoor

A1 · Speaking · Describe a picture

Task

Kijk naar het plaatje. Wat drinkt Jaap? Wat doet Jaap op de computer?

Jaap zit op kantoor. Hij werkt op de computer en drinkt koffie.
Sentence starters
  • Jaap drinkt …
  • Jaap …
  • Ik zie …