Nieuwe schoenen

A1 · Writing · Message

Task

Een winkel stuurt u nieuwe schoenen. Thuis doet u ze aan. Kijk naar het plaatje. Wat is er met de schoenen? Vertel het de winkel. Vraag om een andere maat.

Thuis doet een vrouw een nieuwe schoen aan. Hij is te klein.
Sentence starters
  • De schoenen zijn …
  • Heeft u …?
  • Goedemiddag, …