Eten op zaterdag
Zaterdag eet Amal bij u. Ze vraagt: wat kan ik meenemen? Kijk naar het plaatje. Wat kookt u? Vertel het Amal. Vraag om een toetje.

Sentence starters
- Ik kook …
- Neem je … mee?
- Hoi Amal, …
Does the text match? Correct it if needed.
Zaterdag eet Amal bij u. Ze vraagt: wat kan ik meenemen? Kijk naar het plaatje. Wat kookt u? Vertel het Amal. Vraag om een toetje.

Does the text match? Correct it if needed.