Fatima in de kringloopwinkel

A2 · Speaking · Describe a picture

Task

Fatima is in een kringloopwinkel. Vertel wat u ziet. Noem twee dingen die Fatima daar kan kopen. Vertel ook wat u van tweedehands spullen vindt. Gebruik het plaatje.

Een vrouw kijkt in een winkel naar een bank. Er zijn ook een lamp, een kast met kopjes en borden, een stapel boeken en een fiets.
Sentence starters
  • Fatima is in een winkel met …
  • Ze kan daar een … en een … kopen.
  • Tweedehands spullen vind ik …, want …