Thuis of in een restaurant vieren
U bent geslaagd voor uw examen. U wilt dat vieren met vrienden. Viert u het liever thuis of in een restaurant? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes. Zeg ook iets over het andere plaatje.


Sentence starters
- Ik vier het liever …
- Dat is fijner, omdat …
- Het andere plaatje vind ik …