Met de fiets of lopend naar het werk

A2 · Speaking · Choose a picture

Task

U werkt dicht bij uw huis. Gaat u liever met de fiets of lopend naar uw werk? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes. Zeg ook iets over het andere plaatje.

Een jonge man fietst door een straat met bomen.
1
Een jonge man loopt met een tas door een straat met bomen.
2
Sentence starters
  • Ik ga liever … naar mijn werk.
  • Dat is beter, want …
  • Op het andere plaatje zie ik …