Schoenen terugbrengen
U hebt gisteren schoenen gekocht. Ze zijn te klein. Schrijf een bericht aan de winkel.
- Say when you bought the shoes.
- Explain the problem.
- Ask whether you can exchange them.
Sentence starters
- Ik heb de schoenen … gekocht.
- Het probleem is dat …
- Kan ik de schoenen …?
Does the text match? Correct it if needed.