Een nieuwe bibliotheekpas
U hebt een nieuwe bibliotheekpas nodig. Bij de balie krijgt u een formulier. Vul bij naam en e-mailadres verzonnen gegevens in. Beantwoord elke open vraag met één hele zin. Schrijf wat er met uw oude pas is gebeurd. Bedenk dit zelf. Vraag hoeveel een nieuwe pas kost. Schrijf wanneer u de nieuwe pas kunt ophalen. Bedenk zelf een dag en tijd.
- Naam (verzonnen)
- E-mailadres (verzonnen)
- Wat is er met uw oude pas gebeurd?
- Hebt u een vraag voor de bibliotheek?
- Op welke dag en hoe laat kunt u de nieuwe pas ophalen?
- Say what happened to your old library card. Make this up yourself.
- Ask how much a new card costs.
- Say on which day and at what time you can collect the card.
Sentence starters
- Mijn oude pas is ….
- Hoeveel kost …?
- Ik kan de pas op … om … ophalen.
Does the text match? Correct it if needed.