Leg een veilige fietsroute uit
Een nieuwe collega wil naar het werk fietsen. De korte route heeft veel druk verkeer. Geef advies.
- Describe the problem with the short route.
- Explain a safer route.
- Say how much extra time that route takes.
Sentence starters
- De korte route is lastig, omdat …
- Een veiligere route gaat via …
- Deze route duurt … langer.