De toets op papier of op de computer
U volgt een cursus. Over twee weken is er een toets. Uw docent vraagt hoe u de toets liever maakt. U hoort eerst uw docent. Zeg wat u liever doet en waarom. Noem ook een nadeel van de andere manier.
InstructionYou hear: Docent
20 seconden spreektijd
Sentence starters
- Ik maak de toets liever …
- Dat vind ik beter, omdat …
- Het nadeel van … is dat …