De glasbak zit vol
Uw buurvrouw, mevrouw Bakker, wil haar lege flessen en potten wegbrengen. Maar de glasbak in de straat zit vol en er staan al tassen naast. Ze vraagt u wat ze nu moet doen. Kijk naar het plaatje. Leg haar uit wat de regel is en waarom. Zeg ook wat ze nu het beste kan doen en waar ze de volle glasbak kan melden.

Sentence starters
- De regel is dat u … niet …
- U kunt uw flessen het beste …
- U kunt de volle glasbak melden bij …
- Dat is belangrijk, omdat …