Afspraak bij de tandarts
U hebt dinsdag een afspraak bij de tandarts. Maar dan moet u werken. Kijk naar het plaatje. Schrijf de tandarts een bericht. Op welke dag kunt u niet komen? Vraag om een andere dag.

Sentence starters
- Dinsdag kan ik …
- Kan ik op … komen?
- Goedemorgen, …
Does the text match? Correct it if needed.