De kat van Sven
Uw buurman Sven zoekt zijn kat. U kijkt uit het raam. Kijk naar het plaatje. Schrijf Sven een bericht. Waar is de kat? Wat doet de kat?

Sentence starters
- Je kat is …
- Nu … hij.
- Hoi Sven, …
Does the text match? Correct it if needed.
Uw buurman Sven zoekt zijn kat. U kijkt uit het raam. Kijk naar het plaatje. Schrijf Sven een bericht. Waar is de kat? Wat doet de kat?

Does the text match? Correct it if needed.