Een kaart voor oma
U bent op vakantie. Uw oma krijgt graag post. Kijk naar het plaatje. Schrijf oma een kaart. Waar bent u? Hoe is het weer?

Sentence starters
- Ik ben nu …
- Het weer is …
- Lieve oma, …
Does the text match? Correct it if needed.
U bent op vakantie. Uw oma krijgt graag post. Kijk naar het plaatje. Schrijf oma een kaart. Waar bent u? Hoe is het weer?

Does the text match? Correct it if needed.