← Back to SpeakingPractice set 6 · task 1 of 3

Julio maakt een kantoor schoon

A2 · Speaking · Describe a picture

Task

Julio werkt bij een schoonmaakbedrijf. Hij maakt een kantoor schoon. Vertel wat u ziet. Noem twee dingen die Julio bij zich heeft. Vertel ook wat u van dit werk vindt. Gebruik het plaatje.

Een jonge man staat met schoonmaakspullen in een kantoor: een dweil in een emmer, een stofzuiger, een spuitfles en een doek.
Sentence starters
  • Ik zie Julio in …
  • Hij heeft een … en een … bij zich.
  • Ik vind dit werk …, want …