Ochtenddienst of avonddienst in de bakkerij
U gaat werken in een bakkerij. Werkt u liever vroeg in de ochtend of in de avond? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes. Zeg ook iets over het andere plaatje.


Sentence starters
- Ik kies plaatje …
- Ik werk liever …, want …
- Op het andere plaatje zie ik …