Back to WritingPractice set 1 · task 1 of 4

Een afspraak verzetten

A2 · Writing · Message

Task

U hebt morgen een afspraak met uw buurvrouw. U kunt niet komen. Schrijf haar een kort bericht.

  • Say that you cannot come.
  • Give a reason.
  • Suggest another day.
Sentence starters
  • Morgen kan ik niet …
  • De reden is dat …
  • Kunnen we afspreken op …?