Een gevonden sleutel
U hebt een sleutel gevonden in de hal van uw flat. Schrijf een bericht voor uw buren.
- Say where you found the key.
- Describe the key.
- Say how the owner can reach you.
Sentence starters
- Ik heb de sleutel gevonden …
- De sleutel ziet eruit als …
- U kunt mij bereiken via …
Does the text match? Correct it if needed.