Met de trein of met de auto
U gaat naar een verjaardag in een andere stad. Gaat u liever met de trein of met de auto? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes.


Instruction
10 seconden voorbereiden · 40 seconden spreektijd
- Say which picture you choose: the train or the car.
- Give a reason.
- Also say something about the other picture.
Sentence starters
- Ik ga liever met de …
- Dat is handig, want …
- Met de … moet je …