Met de trein of met de auto
U gaat naar een verjaardag in een andere stad. Gaat u liever met de trein of met de auto? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes. Zeg ook iets over het andere plaatje.


Beginzinnen
- Ik ga liever met de …
- Dat is handig, want …
- Met de … moet je …