Back to SpeakingPractice set 9 · task 1 of 4

Portemonnee kwijt in de tram

B1 · Speaking

Task

Uw vriendin Roos is vorige week in de tram haar portemonnee kwijtgeraakt, maar ze heeft hem teruggekregen. Een vriend vraagt hoe dat is gegaan. Kijk naar de plaatjes. Vertel wat er gebeurde, hoe Roos zich voelde en hoe ze haar portemonnee terugkreeg. Gebruik alle drie de plaatjes.

Een jonge vrouw loopt in een tram naar de deur; op de stoel achter haar ligt een portemonnee.
1
Een jonge vrouw zoekt bij de toonbank van een bakker in haar tas; de bakker wacht.
2
Een medewerkster geeft aan een balie een portemonnee aan een jonge vrouw.
3
Instruction

15 seconden voorbereiden · 30 seconden spreektijd

  • Say what happened in the tram (first picture).
  • Say how Roos noticed that her wallet was gone (second picture).
  • Say how she got her wallet back (third picture).
  • Say how Roos felt when she missed her wallet, for example shocked or in a panic.
Sentence starters
  • In de tram legde Roos …, en toen ze uitstapte, …
  • Bij de bakker merkte ze dat …
  • De volgende dag kon ze … bij …
  • Roos voelde zich …, omdat …