Roos heeft pech
Uw vriendin Roos had vorige week pech. Een vriend vraagt hoe dat is gegaan. Kijk naar de plaatjes. Vertel wat er gebeurde, hoe Roos zich voelde en hoe alles weer goed kwam. Gebruik alle drie de plaatjes.



Beginzinnen
- In de tram legde Roos …, en toen ze uitstapte, …
- Bij de bakker merkte ze dat …
- Uiteindelijk kon ze … bij …
- Roos voelde zich …, omdat …