Iets voor de buurvrouw
Uw buurvrouw Noa is niet thuis. Een man geeft u iets voor haar. Kijk naar het plaatje. Schrijf Noa een bericht. Wat hebt u voor haar? Wanneer kan ze het halen?

Beginzinnen
- Ik heb een … voor jou.
- Je kunt het … halen.
- Hoi Noa, …
Klopt de tekst? Pas aan waar nodig.