Fatima maakt een wandeling
Fatima maakt een wandeling. Vertel waar Fatima is. Noem twee dingen die u op het plaatje ziet. Wat vindt u van deze situatie? Gebruik het plaatje.

Beginzinnen
- Fatima staat …
- Ik zie … en …
- Ik vind deze situatie …
Fatima maakt een wandeling. Vertel waar Fatima is. Noem twee dingen die u op het plaatje ziet. Wat vindt u van deze situatie? Gebruik het plaatje.
