Druk in de keuken
Fatima kookt thuis met haar kinderen. Het is druk in de keuken. Vertel wat de mensen doen. Vertel ook wat u van samen koken vindt. Gebruik het plaatje.

Opdracht
10 seconden voorbereiden · 40 seconden spreektijd
- Vertel wat u op het plaatje ziet.
- Noem minstens twee dingen die de mensen doen.
- Zeg wat u van samen koken vindt.
Beginzinnen
- Ik zie Fatima en haar kinderen in …
- Fatima …, Sem … en Amina …
- Samen koken vind ik …, want …