Wijkkrant: boodschappen doen
U krijgt elke week een wijkkrant. Iedereen uit de buurt mag iets voor deze krant schrijven. U schrijft over boodschappen doen. Schrijf minimaal drie zinnen op. Schrijf in hele zinnen.
Dit is mijn tekst over boodschappen doen:
- Waar doet u meestal boodschappen?
- Wanneer gaat u meestal?
- Wat vindt u van de winkels in de buurt?
Beginzinnen
- Ik doe mijn boodschappen meestal bij …
- Ik ga meestal op …
- De winkels in de buurt vind ik …, want …
Klopt de tekst? Pas aan waar nodig.