Zwemles mag geen luxe worden
U leest een opiniestuk op de website van een regionale krant.
Zwemles mag geen luxe worden
Nederland is een land van sloten, grachten en meren. Bijna elk kind speelt weleens aan het water, en bijna elke school gaat een keer per jaar naar het strand. Toch groeit er een groep kinderen op die niet kan zwemmen. In het zwembad waar ik lesgeef, zie ik het elk jaar duidelijker: kinderen beginnen later met les, stoppen na diploma A of komen helemaal niet. Dit stuk is een waarschuwing. Als zwemles een luxe wordt, betalen we daar als land een hoge prijs voor. Daarom vind ik dat elke gemeente gratis zwemles moet aanbieden aan alle kinderen.
Wat een diploma kost
Vroeger leerde bijna ieder kind zwemmen op school. Dat schoolzwemmen is in de meeste gemeenten verdwenen, en de rekening ligt nu bij de ouders. Een zwemdiploma A kost in onze regio al snel 600 euro; wie ook B en C wil halen, is meer dan 1.000 euro kwijt. Voor een gezin met twee of drie kinderen is dat een bedrag dat je niet zomaar hebt liggen. Er bestaat een regeling voor gezinnen met een laag inkomen, maar die helpt alleen wie onder een bepaalde grens zit. Het gezin dat net iets meer verdient, krijgt niets en moet kiezen: zwemles, of de nieuwe fiets en de schoolreis. Precies die gezinnen zie ik afhaken.
Het verhaal van Amina
Amina (10) haalde vier jaar geleden haar A-diploma. Daarna stopten haar ouders met de lessen, omdat er een jonger broertje was dat ook les nodig had. Vorige zomer ging Amina met haar klas naar een recreatieplas. Terwijl haar vriendinnen naar de steiger zwommen, bleef zij op het strandje staan. Met alleen diploma A kun je in een zwembad vooruitkomen, maar in open water, met wind en stroming, is dat niet genoeg. Haar moeder vertelde mij later dat ze die middag geen moment rustig was geweest. Amina is geen uitzondering; in mijn lessen zie ik elk jaar meer kinderen die na A verdwijnen.
'Dat is de taak van ouders'
Tegenstanders van gratis zwemles zeggen dat de gemeente al te weinig geld heeft en dat zwemles de verantwoordelijkheid van ouders is, niet van de overheid. Dat klinkt redelijk, maar het is te makkelijk. Gemeenten betalen nu al voor het onderhoud van zwembaden, voor de toezichthouders op stranden en voor de brandweer die te water gaat als er iets misgaat. Een gemeente die op zwemles bezuinigt, betaalt daar later dubbel voor. En de meeste ouders willen niets liever dan dat hun kind leert zwemmen; het probleem is niet hun verantwoordelijkheid, maar hun portemonnee. Bovendien vinden we het heel gewoon dat de gemeente de gymzaal, de speeltuin en de bibliotheekpas voor kinderen betaalt. Waarom zou juist de les die een kind veilig houdt, iets zijn wat ouders zelf maar moeten regelen?
Een tweede bezwaar is dat ouders iets wat gratis is minder serieus nemen: zij zouden hun kind dan sneller thuis laten. In de gemeente Westerhout, die twee jaar geleden met gratis zwemles begon, blijkt het tegendeel. Ouders zetten daar hun handtekening onder één regel: wie drie keer zonder bericht wegblijft, verliest de plaats aan het volgende kind op de wachtlijst. Het aantal kinderen dat na A doorgaat naar B, is er in twee jaar bijna verdubbeld.
Wacht niet op de volgende zomer
Elke zomer staan er weer berichten in de krant over ongelukken in het water, en steeds vaker gaat het om kinderen die nooit goed hebben leren zwemmen. Dat is geen pech, maar het gevolg van een keuze die gemeenten jaren geleden hebben gemaakt. Ik roep alle gemeenten op om die keuze terug te draaien voordat de volgende zomer begint. Gratis zwemles voor elk kind kost geld, maar een kind dat niet kan zwemmen, kost ons uiteindelijk veel meer.
Thérèse Vermeulen geeft zwemles in een gemeentelijk zwembad.