De kat te eten geven
U gaat een week op vakantie. Uw buurvrouw, mevrouw Bakker, geeft uw kat eten zolang u weg bent. De dag voor uw vertrek komt ze langs. U hoort eerst uw buurvrouw. Geef twee instructies: hoe vaak en hoeveel eten de kat krijgt. Zeg ook waar het eten staat. Gebruik het plaatje.

OpdrachtU hoort: Mevrouw Bakker
20 seconden spreektijd