Hoe de containers werken

B1 · Spreken

Opdracht

U woont in een klein flatgebouw. De bewoners delen drie afvalcontainers achter het gebouw; de grijze wordt elke maandagochtend geleegd. Uw nieuwe buurvrouw Fatima staat met een zak restafval bij de containers en vraagt hoe het werkt. Kijk naar de plaatjes. Leg haar uit welke container ze moet gebruiken en wanneer ze die aan de straat zet. Noem minstens twee punten.

Een vrouw doet een vuilniszak in een grijze container; daarnaast staan een groene en een blauwe container.
1
Een vrouw zet 's avonds een grijze container aan de straat bij een lantaarnpaal.
2
Opdracht

15 seconden voorbereiden · 30 seconden spreektijd

  • Zeg welke container ze voor haar restafval moet gebruiken: de grijze (eerste plaatje).
  • Zeg wanneer ze de grijze container aan de straat zet: de avond vóór het legen, dus zondagavond (tweede plaatje).
  • Geef de uitleg als instructies aan uw buurvrouw: zeg wat zij moet doen, niet wat u op de plaatjes ziet.
  • Geef een reden of een waarschuwing, bijvoorbeeld wat er gebeurt als de container te laat buiten staat of als er zakken naast staan.
Beginzinnen
  • Uw restafval doet u in …, niet in …
  • De grijze container zet u … aan de straat, omdat hij … wordt geleegd.
  • Let erop dat u eerst … en daarna …
  • Zet nooit …, want …