Hoe de containers werken
U woont in een klein flatgebouw. De bewoners delen drie afvalcontainers achter het gebouw; de grijze wordt elke maandagochtend geleegd. Uw nieuwe buurvrouw Fatima staat met een zak restafval bij de containers en vraagt hoe het werkt. Kijk naar de plaatjes. Leg haar uit wat ze moet doen: welke container ze gebruikt en wanneer ze die aan de straat zet. Geef ook een waarschuwing.


Beginzinnen
- Uw restafval doet u in …, niet in …
- De grijze container zet u … aan de straat, omdat hij … wordt geleegd.
- Let erop dat u eerst … en daarna …
- Zet nooit …, want …