Portemonnee kwijt in de tram

B1 · Spreken

Opdracht

Uw vriendin Roos is vorige week in de tram haar portemonnee kwijtgeraakt, maar ze heeft hem teruggekregen. Een vriend vraagt hoe dat is gegaan. Kijk naar de plaatjes. Vertel wat er gebeurde, hoe Roos zich voelde en hoe ze haar portemonnee terugkreeg. Gebruik alle drie de plaatjes.

Een jonge vrouw loopt in een tram naar de deur; op de stoel achter haar ligt een portemonnee.
1
Een jonge vrouw zoekt bij de toonbank van een bakker in haar tas; de bakker wacht.
2
Een medewerkster geeft aan een balie een portemonnee aan een jonge vrouw.
3
Opdracht

15 seconden voorbereiden · 30 seconden spreektijd

  • Vertel wat er in de tram gebeurde (eerste plaatje).
  • Vertel hoe Roos merkte dat haar portemonnee weg was (tweede plaatje).
  • Vertel hoe ze haar portemonnee terugkreeg (derde plaatje).
  • Zeg hoe Roos zich voelde toen ze haar portemonnee miste, bijvoorbeeld geschrokken of in paniek.
Beginzinnen
  • In de tram legde Roos …, en toen ze uitstapte, …
  • Bij de bakker merkte ze dat …
  • De volgende dag kon ze … bij …
  • Roos voelde zich …, omdat …