Portemonnee kwijt in de tram
Uw vriendin Roos is vorige week in de tram haar portemonnee kwijtgeraakt, maar ze heeft hem teruggekregen. Een vriend vraagt hoe dat is gegaan. Kijk naar de plaatjes. Vertel wat er gebeurde, hoe Roos zich voelde en hoe ze haar portemonnee terugkreeg. Gebruik alle drie de plaatjes.



Opdracht
15 seconden voorbereiden · 30 seconden spreektijd
- Vertel wat er in de tram gebeurde (eerste plaatje).
- Vertel hoe Roos merkte dat haar portemonnee weg was (tweede plaatje).
- Vertel hoe ze haar portemonnee terugkreeg (derde plaatje).
- Zeg hoe Roos zich voelde toen ze haar portemonnee miste, bijvoorbeeld geschrokken of in paniek.
Beginzinnen
- In de tram legde Roos …, en toen ze uitstapte, …
- Bij de bakker merkte ze dat …
- De volgende dag kon ze … bij …
- Roos voelde zich …, omdat …