In de supermarkt

A1 · Schrijven · Bericht

Opdracht

U bent in de supermarkt. Uw broer Hugo wil zes appels. Kijk naar het plaatje. Hoeveel appels zijn er? Vertel het Hugo. Noem ook ander fruit in de winkel.

In de supermarkt liggen peren en bananen. In een doos liggen maar drie appels.
Beginzinnen
  • In de winkel zijn …
  • Wil je …?
  • Hoi Hugo, …