Amina op het schoolplein
De school is uit. Amina is nog op het schoolplein. Vertel wat u ziet. Noem twee dingen die de kinderen doen. Vertel ook wat u van buiten spelen vindt. Gebruik het plaatje.

Beginzinnen
- Ik zie een schoolplein met …
- Amina … en twee kinderen …
- Buiten spelen vind ik …, want …